Open Monumentendag: ook wandeling in Broekstraat Sittard

Een van Sittards meest pittoreske straatjes kon tijdens het Open Monumentenweekend onder leiding van een gids worden bezocht.

Verdeeld over een zaterdag- en een zondagwandeling grepen in totaal een veertigtal personen de kans om eens een blik in en achter de oude boerderijtjes aan de Broekstraat te werpen en lieten zich door gids Frits Fleischeuer, zelf geboren en getogen in de Broekstraat, op de hoogte brengen van de geschiedenis van dit boerenstraatje.

Fleischeuer vertelde dat er in het (verre) verleden nogal eens brand uitbrak, en dat er dan weinig of geen bluswater beschikbaar was, waardoor een deel van de toenmalige boerderijen (vaak nog met rieten daken) in vlammen opging.

Het landelijk thema van de Open Monumentendagen dit jaar was: Mijn monument is jouw monument.

Het Open Monumentencomité Sittard-Geleen wil zo groot mogelijk publiek bereiken door niet zozeer specifieke monumenten centraal te stellen maar historische kernen waar veel van deze monumenten zich bevinden. Dit jaar was daarvoor aandacht in Broeksittard, Geleen centrum en het gebied rond Augustinuskerk, Grevenbicht, Holtum, Leyenbroek/Broekstraat, Limbricht, Lindenheuvel en het voormalige Mauritsgebied in Geleen, Munstergeleen en Abshoven, Obbicht, Oud-Geleen en Sittard binnen de omwalling.

In 2000 is de Broekstraat en omgeving door de gemeenteraad van Sittard aangewezen als ‘Beschermd Dorpsgezicht Leyenbroek’. Hierbij is het opvallend dat in dit gehele gebied geen enkel pand de status heeft van Rijksmonument of gemeentelijk monument. De Broekstraat telt veel voormalige boerderijen. De zeventien poorten aan beide zijden van de sterk hellende straat zorgen voor een eenheid, beslotenheid, een sfeer uit voorbije tijden, zo valt te lezen in de cultuurhistorische inventarisatie van het beschermd gemeentelijk gezicht. Een aantal bewoners van de straat stelde ter gelegenheid van Open Monumentendag de hofjes, binnenplaatsen en tuinen van hun woningen open voor bezoek.

Foto’s en tekst met dank aan Guus Queisen.

Reacties