Problemen dreigen bij zorginstellingen door stroomtekort

Foto: CC0 via Pixabay

Bijna de helft van de Nederlandse zorginstellingen dreigt in de problemen te komen als gevolg van de overbelasting van het stroomnetwerk.

Zij zaten met hun piekverbruik afgelopen jaar boven de 80 procent van hun capaciteit. Bij industriële bedrijven zijn de problemen nog groter. Dat blijkt uit meetgegevens van Joulz, een bedrijf dat zich bezighoudt met het beheer en onderhoud van infrastructuur voor energie.

Joulz bekeek de meetgegevens van 18.000 klanten. Bedrijven en instellingen die meer stroom verbruiken dan waarvoor ze een contract hebben afgesloten, kunnen een schadeclaim krijgen of zelfs worden afgesloten. Normaal zouden ze een aanvraag kunnen indienen om het contract aan te passen, maar zulke uitbreidingen zijn in grote delen van Nederland niet meer mogelijk door de overbelasting van het stroomnetwerk. Bij zorginstellingen zullen netbeheerders om de bijzondere status niet snel overgaan tot afsluiting, maar voor industriële bedrijven is het gevaar reëel.

Ook nutsbedrijven, de retail- en groothandelsbranche en de bouw- en vastgoedsector lopen tegen de grenzen aan van het vermogen dat zij mogen verbruiken, stelt Joulz. Voorrang verlenen aan ziekenhuizen en zorginstellingen boven bedrijven is een lapmiddel, geen oplossing, waarschuwt Joulz-topman Sytse Zuidema. “Bovendien heb je niks aan voorrang als er überhaupt geen ruimte te vergeven is. Onze cijfers laten zien dat het hier echt om een acuut en groeiend probleem gaat. We moeten daar nú mee aan de slag.”

Bedrijven en instellingen kunnen op twee manieren zorgen dat hun piekverbruik binnen de perken blijft, zegt Zuidema. “Je kunt enerzijds het patroon van je energieverbruik aanpassen om de pieken te beperken. Anderzijds kun je ervoor kiezen om het extra vermogen dat je nodig hebt niet uit het net te halen, maar uit eigen opwek en opslag.” Bedrijven en instellingen zouden ook meer moeten samenwerken door hun piekverbruik met elkaar af te stemmen, stelt Zuidema.

Cookieinstellingen