Vragen GroenLinks aan GS over lozingen Chemelot in de Maas

Foto: CC0

Afgelopen zondagavond werd op NPO2 een aflevering van ‘De vuilnisman’ uitgezonden, waarin werd ingezoomd op de lozing van afvalwater door Chemelot op de Maas.

De GroenLinksfractie van Provinciale Staten stelde over deze zaak al in 2019 een reeks schriftelijke vragen en uit de antwoorden van 29 oktober 2019 (2019/78085) bleek dat het Waterschap Limburg (hierna WL) primair verantwoordelijk is voor de vergunning en voor het toezicht en handhaving. De provincie heeft wel een wettelijk adviserende rol, zo bleek uit de antwoorden van het College van Gedeputeerde Staten.

In de uitzending van de Vuilnisman werd duidelijk dat in de recent verleende vergunning door WL voor de komende 7 jaar voor 630 stoffen vergunning is verleend om te lozen op de Maas, waaronder ook een paar honderd niet-genormeerde stoffen (zogeheten ‘opkomende stoffen’) waarvan onbekend is wat de gevolgen voor mens en milieu zijn als deze op ons oppervlaktewater geloosd worden.

In de uitzending kwam onder andere professor toxicologie Jacob de Boer aan het woord, die stelde dat op grond van de verleende vergunning door Sitech stoffen kunnen worden geloosd die met de nu bekend zijnde technieken uit het lozingswater gehaald kunnen worden en dus niet in de Maas hoeven te belanden. De heer de Boer noemde met name een aantal zware metalen en het vergunde om per jaar 15.000 kilo aan microplastics op onze Maas te lozen. Voor vrijwilligers die de dag ervoor (zaterdag 3 april) vol enthousiasme meededen aan de actie “Schone Maas” om na de hoogwaterperiode allerlei plastic afval op te rapen en te behoeden dat dit via de Maas in zee terecht komt, is het wel wrang als zij de dag erna op televisie zien dat de overheid aan Chemelot toestemming heeft verleend om 15.000 kilo per jaar aan micropastics via de Maas af te mogen voeren naar zee.

Bovenstaande is voor de GroenLinks-fractie van Provinciale Staten aanleiding tot het stellen van de volgende vragen aan het College van Gedeputeerde Staten:

  1. Heeft uw College kennis genomen van de opvattingen van toxicoloog Jacob de Boer in de uitzending van De vuilnisman van zondag 4 april jl. over de recent verleende vergunning aan Sitech Services BV om afvalwater van de Chemelot-site te mogen lozen op de Maas?
  2. Klopt het dat Chemelot op basis van de recent verleende vergunning voor de komende 7 jaar heel wat zware metalen en zo’n 15.000 kilo microplastics via het afvalwater mag lozen op de Maas? Zo ja, om welke metalen gaat het dan precies? Kunt u ons een schematisch overzicht verstrekken van welke metalen en hoeveel ervan worden geloosd? Van welke bedrijven zijn de 15.000 kilo microplastics afkomstig? En waarom dient Chemelot geen maatregelen te ondernemen om lozing van deze microplastics in de Maas te voorkomen?
  3. Welke instantie voert de controles uit op de overschrijding van de maximaal vergunde hoeveelheden? Hoe worden deze controles uitgevoerd en wanneer (bijvoorbeeld maandelijks, jaarlijks, etc.)? Wordt er ook gemeten in gevarieerde waterstand, dus bijvoorbeeld wanneer de waterstand laag is? De concentraties van vervuilende stoffen zijn dan namelijk hoger dan wanneer de waterstand normaal of hoog is. Op welke manier kunnen belangstellenden de uitkomsten van deze controles raadplegen?
  4. Professor de Boer stelt in de uitzending van De vuilnisman dat er een aantal stoffen op basis van de nieuwe vergunning door Chemelot geloosd mag worden terwijl die stoffen eigenlijk met technische maatregelen en kennis van nu uit het lozingswater van Chemelot gehaald kunnen worden en dus uiteindelijk ook niet in de Maas terecht hoeven te komen. Wat vindt u van zijn stelling? Waarom is er niet voor gekozen om de meest strenge en ver gaande technische verplichtingen in dat opzicht aan Chemelot op te leggen?
  5. Zijn er in de vergunning resultaats- en of inspanningsverplichtingen opgenomen om bijvoorbeeld ten aanzien van zware metalen en microplastics binnen afzienbare termijn te voorkomen dat deze nog op ons openbare oppervlaktewater geloosd worden? Zo ja, wanneer kan dat per stof bereikt worden en kunt u ons hiervan een overzicht verstekken? Zo nee, is het college bereid om in overleg met WL een maximale inspanning van Chemelot te vragen en het bedrijf ertoe te bewegen alsnog te voorkomen dat zware metalen en 15.000 kilo microplastics afgevoerd worden op de Maas? Zo nee, waarom is het college niet bereid hierover in overleg te gaan?
  6. Van zogenaamde opkomende stoffen mag slechts tot de laagst mogelijke drempelwaarde worden geloosd. Welke mogelijkheden heeft de vergunningverlener als na onderzoek blijkt dat zelfs die lage drempelwaarde schadelijke effecten heeft op mens en milieu? Zijn er binnen de looptijd van de vergunning nog mogelijkheden om tussentijds de eisen verder aan te scherpen? Zo ja, wilt u (vanuit uw wettelijk adviserende rol) er dan bij WL op aandringen dat ook te doen? Zo nee, waarom wilt u daar niet op aandringen?
  7. Deelt u de opvatting verwoord door de heer de Boer dat bij het verlenen van een vergunning als de onderhavige economische belangen te veel prevaleren boven die van de gezondheid van mens en milieu? Zo nee, waarom niet?Ontluisterend is de uitspraak van de heer Radix, executive director van Chemelot. In de uitzending bevestigt hij dat bij een deel van de chemische stoffen die geloosd worden, niet bekend is wat het doet met mens en milieu. Daarop zegt hij: “Dat geldt voor alles in het leven: Als je het niet weet, dan weet je het niet”.
  8. Bent u het met GroenLinks eens dat deze uitspraak niet past bij de richting die Chemelot wil inslaan met betrekking tot de ontwikkeling naar een zogenaamde circular hub? Bent u met ons van mening dat in het geval van Chemelot het voorzorgsbeginsel zeer strikt uitgelegd en toegepast moet worden? Met andere woorden: wij zijn voorstander van toepassing van het voorzorgsprincipe: niet lozen zolang de effecten niet bekend zijn. Wat vindt uw college van uitspraak van de heer Radix in de uitzending De vuilnisman ‘Als je het niet weet, dan weet je het niet’ ten aanzien van de zogenaamde opkomende stoffen waarvan de effecten op mens en milieu nog niet bekend zijn? Deelt u deze opvatting van de heer Radix? Zo ja, waarom wel? Zo neen, waarom niet?
  9. “Meten is weten” en “kunnen raadplegen is weten”. In de uitzending De vuilnisman wordt terecht bezorgd geconstateerd dat er geen overzicht is van alle stoffen die in het oppervlaktewater geloosd worden. Hoe staat uw college tegenover het instellen van een openbaar, vrij te raadplegen digitaal register van alle stoffen die in Limburg op het oppervlaktewater geloosd worden? Is uw college bereid om zich in te zetten voor het opstellen van een dergelijk digitaal register? Zo ja, hoe zal uw college hiertoe actie ondernemen? Zo neen, waarom niet?

Reacties