
Ten opzichte van 2013-2014 is het aantal geschorste leerlingen in het schooljaar 2014-2015 met 1,5 procent gestegen. Dat blijkt uit maandag gepresenteerde cijfers van de Inspectie van het Onderwijs.
Het aantal leerlingen dat definitief van school moest, steeg met 0,8 procent naar 594 leerlingen. Driekwart van die gevallen betreft een jongen. De meeste meldingen
van schorsing of verwijdering komen van leerlingen in het praktijkonderwijs en het vmbo-b.
In het basisonderwijs zijn vorig schooljaar 287 leerlingen geschorst. Voor 31 van hen is een zogenoemde verwijderingsprocedure begonnen. Het zijn vooral leerlingen in de hogere groepen en ruim 90 procent van hen is een jongen. In bijna alle gevallen noemen scholen een onveilige situatie als reden voor de schorsing of verwijdering. Scholen in het basisonderwijs zijn sinds augustus 2014 wettelijke verplicht een schorsing te melden. In het voorgezet onderwijs geldt dit al langer.
In het speciaal onderwijs zijn in het schooljaar 2014-2015 1165 leerlingen geschorst en zeventien van school gestuurd. Ook hier ging het in de meeste gevallen (84 procent) om jongens.