Afgelopen week werd bekend dat het Eindhovense bedrijf Ioniqa voor de vestiging van een testfabriek kiest voor de haven van Rotterdam en niet voor Chemelot.
Ioniqa, dat kleur uit plastic kan halen, recyclet plastic flessen. De reden om voor Rotterdam te kiezen was snelheid - het bedrijf wil haar financiers niet te lang laten wachten - en daarnaast kon men er terecht tegen een aantrekkelijk tarief.
Die keuze is voor Maud Hermans, lid van Provinciale Staten namens het CDA, aanleiding om vragen te stellen aan het College van Gedeputeerde Staten, want de beslissing van Ioniqa heeft verbazing opgewekt omdat Chemelot Ventures - en dus de Provincie Limburg - aandeelhouder is van dat bedrijf.
"Chemelot Ventures is er juist op gericht de voorwaarden voor investeerders zeer gunstig te maken, zodat vestiging op Chemelot aantrekkelijk is," zegt Hermans.
Hermans wil graag weten of en op welke wijze in de voorwaarden van Chemelot Ventures is geregeld dat bij participatie van Chemelot Ventures de vestiging van activiteiten in Limburg plaatsvindt.
De reden dat Ioniqa voor Rotterdam koos had te maken met 'snelheid'. Het moet volgens Hermans niet nodig zijn om op grond van dat argument niet voor Chemelot te kiezen, met andere woorden Chemelot Ventures moet sneller kunnen inspelen op de wensen van bedrijven om te voorkomen dat ze naar elders uitwijken.
Verder wil ze weten wat het College van Gedeputeerde Staten doet om er voor te zorgen dat Chemelot voor Ioniqa wel aantrekkelijk is voor de vestiging van de grotere fabriek.