Van 2010 tot en met 2013 zag de Nederlandse bevolking haar koopkracht afnemen. Afgelopen jaar kon voor het eerst na vier jaar weer een toename van de koopkracht worden genoteerd.
De koopkracht steeg volgens het CBS in 2014 met 1,5 procent. De grootste koopkrachtwinst kwam terecht bij werknemers: die gingen er 2,7 procent op vooruit.
Niet iedere werknemer ging erop vooruit: bij 36 procent van hen was sprake van een achteruitgang. De overige werknemers konden hun koopkracht handhaven of gingen erop vooruit. Van de gepensioneerden leed 44 procent een koopkrachtverlies. Dit is echter aanmerkelijk minder dan in de jaren 2010-2013, toen dit voor 70 à 80 procent van hen gold. Gemiddeld gingen gepensioneerden er in 2014 0,4 procent op vooruit. Mensen met een bijstandsuitkering gingen er 1,8 procent op vooruit.
Ondanks de lage cao-loonstijging nam de koopkracht van ambtenaren met 3,7 procent toe. De koopkracht van werknemers verbeterde mede doordat de pensioenpremies zijn verlaagd. Bij ambtenaren werkte deze premieverlaging het sterkst door.
Zelfstandigen gingen er met 0,3 procent maar weinig op vooruit. Bij hen is de spreiding echter groot. Terwijl bij een kwart van de zelfstandigen de koopkracht met ten minste 13 procent daalde, steeg deze bij een even grote groep met bijna 14 procent of meer.