
In april ontstond beroering toen de van het bezit van grote hoeveelheden kinderporno verdachte Erik L. - voorlopig - werd vrijgelaten omdat de dagvaarding van het OM in de ogen van de rechter te summier en niet expliciet genoeg was.
Daardoor zou verdachte niet goed weten waarvan hij precies wordt beschuldigd en dat zou zijn verdediging kunnen schaden.
De Hoge Raad heeft hierin nu een uitspraak gedaan en bepaald dat het Openbaar Ministerie in een dagvaarding mag volstaan met het omschrijven van een beperkt aantal - 'zo mogelijk ten hoogste vijf' - afbeeldingen van kinderporno. Dat is de essentie van een arrest van de Hoge Raad, de hoogste rechter, van dinsdag 24 juni.
Hiermee komt een einde aan een juridisch verschil van inzicht over artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. In dit artikel staat omschreven waar bewijsmateriaal aan moet voldoen. Sinds 2011 worden door het Openbaar Ministerie niet meer alle beelden die in een kinderpornodossier zitten expliciet omschreven. In plaats daarvan wordt een select aantal afbeeldingen omschreven en het totaal ondergebracht in categorieën. Bij kinderporno gaat het vaak en in toenemende mate om enorme hoeveelheden materiaal. Bij Erik L. ging het om bijna een half miljoen afbeeldingen en meer dan 250 video's met kinderporno.
L. stond woensdag overigens opnieuw voor de rechter en hoorde onder meer een straf van 3 jaar, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, tegen zich eisen. L. liep in oktober 2013 tegen de lamp toen hij door het TV-programma Undercover in een loods in Sittard werd ontmaskerd als pedofiel. In ruil voor kinderpornografisch materiaal was hem seks met een minderjarig meisje beloofd. L. trapte in de val die Undercover voor hem had gezet.