
Zaterdagavond vond in een uitverkocht Forum in Sittard voor de allereerste keer een Zittesje Aovend plaats, georganiseerd door de Senaat van Stadscarnavalsvereniging De Marotte.
Nee, het was geen carnavalszitting - het carnavalsseizoen is immers gesloten - maar wel een revue-achtige avond met stukjes theater, zang en muziek, sketches en een quiz, waaraan door veel Sittardse artiesten belangeloos werd meegewerkt.
Foto's en oude filmfragmenten van oud Sittard met daarop oude Sittardenaren dienden als basis voor een korte quiz, die werd gepresenteerd door Sjef Schurgers (Pierre) en zijn eega Nicole (Linda). Het publiek - gemiddelde leeftijd boven de vijftig - deed er met plezier aan mee. "Sigarenmaker" werd er geroepen op de vraag wat het beroep van Zefke Mols was. Er kwamen de nodige bekende - en minder bekende - oude Sittardenaren voorbij deze avond: de oom van Toon Hermans, Nic. Reubsaet, Giel Stemkens, Vic van Neer, Jochem Erens, Willie Mols, Mai Boesten en ga zo nog maar even door.
Bijzonder aardig was de terugkeer van de Vief Naaze. Dit illustere gezelschap dat met name in de jaren zestig en zeventig aan menige Sittardse carnavalszitting zijn medewerking verleende, bestond destijds uit Lei Meijers (Vorst Marot), Lou Schmeits (oud-prins en tevens Marot) en Jules Paques (oud-prins), Jeun Schelberg (Marot) en Thei Hunnekens (Marot).
Het vijftal dat de Naaze zaterdagavond terug op de planken bracht bestond uit drie zonen van de originele Naaze: Paul Paques, Ger Meijers en Ron Hunnekens, aangevuld met Paul-Jean Jessen en Jan van Daal. Oude nummers - bij het gros van het publiek nog bekend - als 'Monsieur, monsieur', 'Ein sjtök paesjvleisj' en 'Midde in de nach' werden meegezongen en soms aangepast aan de huidige tijd, zoals 'In Tudder'. De Naaze hadden zelfs een nieuw nummer aan het oude repertoire toegevoegd: 'Oktoberfees', de enige week dat het leuk is om je als een Duitser te gedragen.
Het doel van de Zittesje Aovend was geld bijeen te brengen voor het organiseren van aansprekende carnavalsactiviteiten voor jongeren om de jeugd zo meer bij carnaval te kunnen betrekken.




