De jongerenafdeling van het CDA in Limburg – CDAJ – heeft een brief gestuurd aan de colleges van B&W van de Limburgse steden Maastricht, Venlo, Sittard-Geleen, Heerlen en Roermond.
Dat zijn steden waarin veel studenten wonen.
Aanleiding voor de brief is de onduidelijkheid die is ontstaan over de vraag of studenten, die samen in een studentenhuis wonen, ook als leden van een huishouden gezien mogen worden.
Wie ooit in een studentenhuis heeft gewoond weet dat het leven daarin te vergelijken is met het leven in een gezin. Men deelt dezelfde voordeur. Er wordt voor elkaar gekookt, er wordt samen gegeten en er wordt voor een ander gezorgd als dat nodig is. Men leeft er in feite net zo dicht op elkaar als het geval is in een gewoon gezin.
Handhavers houden daar echter niet altijd rekening mee. Zo werden studenten in Amstelveen en Utrecht beboet omdat zij in de openbare ruimte onderling niet de gewenste anderhalve meter afstand in acht namen.
Nu is het voor een agent of een BOA natuurlijk niet snel te beoordelen of een groep jonge mensen onderling een huishouden vormt, maar een boete van 390 euro is voor een student wel een erg fors bedrag.
Reden voor de CDAJ om de colleges van de vijf aangeschreven gemeentes te vragen om de in deze steden wonende studenten duidelijkheid te verschaffen over de genomen maatregelen omtrent het coronavirus.
Zo wil men graag weten wanneer er sprake is van een huishouden zoals beschreven in de noodverordening. En of huishoudens die uit studenten bestaan nog gebruik mogen maken van de (semi)publieke buitenruimten rondom de studentenhuisvesting. Verder wil de CDAJ weten hoe er wordt gehandhaafd en in welke gevallen studentenhuizen niet onder de uitzonderingsregel voor huishoudens vallen.
CDJA Limburg is er vanuit een pragmatisch oogpunt voorstander van om studentenhuizen als een huishouden te beschouwen.
Volgens de CDAJ is het overgrote deel van de studenten zich zeer goed bewust van de gevolgen van het coronavirus en nemen zij – uitzonderingen daargelaten – daarin ook hun verantwoordelijkheid.
Het CDAJ staat er verder volledig achter dat handhaving op samenscholing in deze bijzondere tijd noodzakelijk is, maar vraagt wel om een heldere en transparante
informatievoorziening.
Tenslotte roept de CDAJ de aangeschreven gemeentes op om studenten die kunnen aantonen dat zij gezamenlijk in een woning leven niet te beboeten en eventueel uitgeschreven boetes in te trekken.