
Alle 33 gemeenten in Limburg zijn bijzonder geëngageerd bezig de decentralisaties in het sociaal domein (WMO, Jeugdzorg, Participatiewet werk en inkomen) duurzaam vorm te geven. Ook de ketenpartners zijn zeer betrokken bij dit proces.
Ondanks die inzet en samenwerking moet worden betwijfeld of alle gemeenten op 1 januari 2015 klaar zijn voor hun nieuwe taken. Gemeenten zouden meer aandacht moeten geven aan de inhoudelijk vernieuwende aanpak van hun nieuwe taken (transformatie), omdat dáár de kansen op kwaliteit liggen. De focus ligt nu nog vooral op het proces van decentralisaties (transitie).
Voor de verwachting van de commissie dat niet alle gemeenten op 1 januari klaar zullen zijn, is een aantal min of meer logische verklaringen te geven. Soms zijn gemeenten te laat begonnen, maar voor een belangrijk deel ontstaat tijdsdruk omdat gegevens vanuit de Rijksoverheid ontbreken over de exacte contouren van de nieuwe taken en de hiervoor beschikbare financiële middelen.
Om te voorkomen dat burgers daar de dupe van zouden kunnen worden, doen gemeenten er verstandig aan in de vorm van risicomanagement rekening te houden met een situatie waarin op 1 januari 2015 nog niet alles klaar is. Onderdeel daarvan is het reserveren van extra gelden om eventuele overschrijdingen en financiële tegenvallers op te kunnen vangen.
Betrokken, dichtbij en niet alleen
Dat zijn enkele conclusies en aanbevelingen uit het rapport 'Betrokken, dichtbij en niet alleen'. Deze tussentijdse evaluatie is opgesteld door de commissie onder leiding van oud-staatssecretaris Pieter van Geel, die in opdracht van de Provincie Limburg heeft onderzocht in hoeverre de Limburgse gemeenten 'klaar' zijn om hun nieuwe taken in het kader van de WMO, Jeugdzorg en Participatiewet uit te voeren. Daarvoor heeft de commissie de afgelopen drie maanden door gemeenten aangeleverde documenten bestudeerd, gesprekken gevoerd met alle colleges van de 33 Limburgse gemeenten en vijf regio-bijeenkomsten met ketenpartners belegd.
Commissievoorzitter Pieter van Geel: "We hebben veel engagement gezien bij alle betrokkenen. Nergens heerste er een sfeer van onwil. Integendeel, iedereen is zich bewust van de kansen en mogelijkheden tot verbetering. Dat geeft ook vertrouwen dat de stappen die nog gezet moeten worden ook daadwerkelijk gezet worden. Daarvoor zullen wel alle zeilen bijgezet moeten worden. Dat moet iedereen zich realiseren."
Aanbevelingen
Op basis van de analyse komt de Commissie Van Geel met een aantal aanbevelingen. Zo kan de rol van nieuwe gemeenteraden sterker worden door óók informatie of kennis van buiten de eigen gemeente binnen te halen.
Verder constateert de commissie dat gemeenten meer profijt zouden kunnen hebben van de kennis en ervaring van ketenpartners. Commissievoorzitter Pieter van Geel hierover: "We zien dat er veel en vanuit een goede houding wordt gesproken tussen gemeenten en ketenpartners. Maar we constateren ook dat de diepgang niet altijd voldoende is. Je moet weten wat er bij de ander speelt, wat de ander bezighoudt om vervolgens gezamenlijk de beste stappen te zetten."
De commissie ziet ook een paradox bij de decentralisaties. Enerzijds worden de taken van Rijks- en provincieniveau naar het gemeentelijke niveau gebracht, omdat dit de overheid is, die het dichtst bij de burgers staat, maar anderzijds worden deze door de gemeenten direct weer 'opgeschaald' naar gemeenschappelijke regelingen, waarin de gemeenten met elkaar samenwerken om de nieuwe taken vorm te geven.
Regio's
De commissie constateert dat er veel en intensief wordt samengewerkt door de gemeenten in Limburg. De commissie adviseert het schaalniveau waarop wordt samengewerkt te laten differentiëren, omdat innovatie dan de meeste kansen krijgt. De Provincie krijgt het advies in alle vijf regio's een 'verkenner' te benoemen, die let op het belang van samenwerking. In de regio's Parkstad, (de kop van) Noord-Limburg en de Westelijke Mijnstreek zou de samenwerking robuuster kunnen worden vormgegeven, stelt de commissie vast.
De commissie
De Commissie Van Geel is door de provincie samengesteld en bestaat uit drie leden. Dit zijn Pieter van Geel (voorzitter), Wil Rutten en Jo Maes. De commissie is ondersteund door Arno van Kempen van Berenschot. Hij trad op als secretaris van de commissie en als projectleider van het onderzoek.
» rapport:
Betrokken, dichtbij en niet alleen
Commissie Van Geel






