Sinds de komst van de participatiewet is in diverse Limburgse kleine kernen een groeiende behoefte ontstaan aan een door de gemeente aan te stellen dorpscoördinator.
Dat stelt CDA-raadslid Jos Schlössels in een brief aan het college van B&W. Ook de VKKL (Vereniging Kleine Kernen Limburg) maakt hier melding van. Meerdere dorpscoördinatoren hebben de afgelopen jaren dan ook regelmatig bijeenkomsten van de VKKL bezocht en daar presentaties gegeven over hoe zij met veel toewijding hun functie in de praktijk uitoefenen.
Als gevolg van krimp, vergijzing en ontgroening in de kleine kernen, is daar de behoefte aan een dorpscoördinator alleen maar toegenomen. De komst van het coronavirus, dat onze samenleving nu een jaar stevig in de greep houdt, heeft die behoefte nog eens extra versterkt. De eenzaamheid onder de mensen, van jong tot oud, neemt met de dag toe en neemt steeds meer verontrustende vormen aan volgens Schlössels.
Ook het verenigingsleven, dat voor verbinding in de samenleving zorgt, heeft het in dit coronatijdperk erg moeilijk en snakt ernaar om binnenkort weer aan de slag te kunnen. Dat geldt des te meer voor de leefbaarheidsinitiatieven zoals bijvoorbeeld huiskamerprojecten in de diverse wijken en dorpen van onze gemeente, ook die kunnen nu al een jaar geen mensen ontvangen om hen een mooie dag te bezorgen door samen te koken, te eten, te knutselen of andere activiteiten.
Uit diverse evaluaties van gemeenten die afgelopen jaren een dorpscoördinator hebben aangesteld, is gebleken dat deze een duidelijke (meer)waarde hebben voor de plaatselijke samenleving. Zij zijn als het ware de verbinder en spin in het web tussen de verschillende leefbaarheidsinitiatieven, verenigingen en uiteraard inwoners en herkennen de problematiek van het dorp of wijk als geen ander.