Sittard-Geleen, 24-01-2013 | In een zaak die voor het gerechtshof in Den Bosch diende, heeft de rechter vandaag een interessante uitspraak gedaan in een zaak van een inwoonster van Sittard-Geleen die bezwaar had aangetekend tegen de heffing van hondenbelasting in 2010.
Sittard-Geleen, 24-01-2013 | In een zaak die voor het gerechtshof in Den Bosch diende, heeft de rechter vandaag een interessante uitspraak gedaan in een zaak van een inwoonster van Sittard-Geleen die bezwaar had aangetekend tegen de heffing van hondenbelasting in 2010.
De rechter vroeg aan de gemeentelijke heffingsambtenaar om welke reden in Sittard-Geleen hondenbelasting wordt geheven. Kort gezegd komt het antwoord van de ambtenaar erop neer dat dat gebeurt omdat artikel 226 van de Gemeentewet daartoe de mogelijkheid biedt. Hij gaf daarbij aan dat de hondenbelasting wordt geheven ten behoeve van de pot algemene middelen, niet omdat dat geld nodig zou zijn om de gemeente dekking te verschaffen voor de kosten die zij maakt en die zijn verbonden aan het hondenbezit van inwoners.
"Nu de Heffingsambtenaar echter heeft verklaard, dat de hondenbelasting, zoals neergelegd in de Verordening, is gericht op het verkrijgen van algemene middelen voor de gemeente en dat de kosten verbonden aan het hondenbezit niet van wezenlijke betekenis zijn geweest voor het invoeren van die belasting, ziet het Hof geen objectieve en redelijke grond om deze belasting alleen van hondenbezitters te heffen. Het Hof is van oordeel dat het in artikel 1 van de Grondwet verankerde gelijkheidsbeginsel in dit geval is geschonden, en dat op grond daarvan aan de Verordening verbindende kracht moet worden ontzegd. De op die Verordening gegronde aanslag hondenbelasting moet worden vernietigd."
De gemeente onderzoekt welke gevolgen deze uitspraak voor haar heeft.