RvS tikt minister op de vingers over stellingname in mijnschadezaak

16 apr 2020, 11:20Nieuws
De Raad van State heeft uitspraak gedaan in een zaak waarin huizenbezitters uit Kerkrade tevergeefs hadden gevraagd om schadevergoeding uit het Waarborgfonds mijnbouwschade.
Volgens de Raad van State had de minister van Economische Zaken en Klimaat die schadevergoeding wel moeten geven, ook al is de mijnbouw in Limburg al geruime tijd beëindigd. Daarmee schaart de RvS zich achter de uitspraak van rechtbank Limburg, die al eerder had geoordeeld dat de minister ten onrechte geen vergoeding had gegeven uit het Waarborgfonds. Maar niet alle schade die de woningbezitters vergoed wilden zien, moet volgens de RvS worden vergoed.
De huizenbezitters hadden om de schadevergoeding uit het Waarborgfonds gevraagd omdat grote verzakkingen zijn ontstaan bij hun huizen. Het niet meer goed functioneren van een afsluiting van een boorgat van de voormalige Domaniale mijn veroorzaakte extra materiaaltransporten en bodembeweging, met schade als gevolg. Volgens de minister was de schade al vergoed, omdat de huizenbezitters een vergoeding voor herstelkosten uit het Calamiteitenfonds hadden gekregen. De huizenbezitters konden volgens de minister verder geen aanspraak maken op een vergoeding uit het Waarborgfonds, omdat dat recht zou zijn verjaard.
De verzoeken tot schadevergoeding uit het Waarborgfonds mijnbouw zijn namelijk meer dan 30 jaar na het einde van de mijnbouw ingediend.
Volgens de RvS is evenwel niet duidelijk wanneer de problemen met de afsluiting van het boorgat zijn ontstaan. Dat is wel na beëindiging van de mijnbouw, maar wanneer precies, dat staat niet vast. Dat zou ook tijdens de laatste 30 jaar kunnen zijn gebeurd.
Volgens de RvS hoort deze onzekerheid voor rekening van de minister te komen en niet voor die van de huizenbezitters.
Bovendien zijn de problemen met het boorgat blijven bestaan, het betreft hier geen eenmalig incident. In aansluiting op rechtspraak van de Hoge Raad oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak daarom dat de termijn van 30 jaar begint te lopen zodra de schadeveroorzakende gebeurtenis is opgehouden te bestaan. Om deze redenen kan de minister de schadevergoeding niet afwijzen omdat het recht daarop zou zijn verjaard.

Zaakschade komt voor vergoeding in aanmerking

Volgens de Mijnbouwwet komt alleen ‘zaakschade’ voor vergoeding in aanmerking. Zaakschade is financiële schade die direct te herleiden is tot aantasting van de waarde van onroerend goed, zoals een woning. Het risico op nieuwe beschadigingen vermindert de verkoopwaarde van de woningen en is een gevolg van de problemen met het boorgat. Daarom is dat zaakschade, en daar is vergoeding voor mogelijk.
Verder stelt de RvS dat noch het feit dat de woningen in een risicogebied liggen, noch het feit dat er sprake is van verminderd woongenot onder zaakschade vallen. Daarvoor kunnen de huizenbezitters dus geen schadevergoeding krijgen. Wel kunnen ze een vergoeding krijgen voor periodieke controle van hun woningen, want dat is nodig als schadebeperking.
De RvS heeft bepaald dat de woningeigenaren direct een bedrag voor periodieke controle van hun huizen krijgen. Ook moet de minister binnen twaalf weken nieuwe besluiten nemen over de vergoeding van waardevermindering van de woningen.
loading

Loading