RvS vernietigt besluit minister over AWACS

24 mrt 2016, 9:55 Nieuws
military 584021 1920 awacs na de start
CC0 Public Domain

De vereniging Stop Awacs heeft met succes beroep aangetekend bij de Raad van State tegen de weigering door de minister van Defensie om maatregelen te treffen tegen geluidsoverlast van AWACS-vliegtuigen in Schinveld.

De weigering is volgens de Raad van State door de minister onvoldoende gemotiveerd.

De minister besloot op 14 augustus 2012 het verzoek van Stop Awacs om maatregelen tegen de geluidsoverlast door AWACS-vliegtuigen in Schinveld (gemeente Onderbanken) en Brunssum af te wijzen. Op 22 maart 2013 heeft de minister het door de vereniging daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 januari 2015 heeft ook de rechtbank het door de vereniging daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Reden voor Stop Awacs om naar de Raad van State te stappen.

De minister heeft geweigerd maatregelen te treffen, omdat er geen geluidsnormen gelden voor militaire luchtvaart en er bovendien geen wettelijke mogelijkheden zijn om maatregelen te treffen. De vereniging kwam eerder tegen de weigering in beroep bij de rechtbank Limburg. Die verklaarde haar beroep in januari 2015 ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank gelden in Nederland geen maximale geluidniveaus voor de militaire luchtvaart.

Volgens Stop Awacs is de minister wel degelijk bevoegd om maatregelen te treffen tegen de geluidsoverlast. Zo kan de minister volgens haar op grond van de NAVO-binnenvliegregeling toestemming om aan het luchtverkeer deel te nemen intrekken of wijzigen. Ook zou de minister voorwaarden kunnen stellen aan de toestemming. Nederland blijft bevoegd over haar eigen luchtruim en de minister kan zich niet verschuilen achter de verplichtingen die in NAVO-verband zijn aangegaan om AWACS-vliegtuigen op Nederlands grondgebied toe te laten, aldus de vereniging.

De vereniging heeft in haar bezwaar uitdrukkelijk gewezen op deze bevoegdheid. De minister is hier in het besluit van 22 maart 2013 echter niet concreet op ingegaan. In dit verband is volstaan met de overweging dat geen wettelijke instrumenten bestaan voor regulering van het geluid. Naar het oordeel van de RvS heeft de minister dat besluit onvoldoende gemotiveerd.

De minister heeft de verschillende belangen over en weer de bij de afweging kunnen worden betrokken niet duidelijk gemaakt en ook niet aangegeven welke belangenafweging aan de afwijzing van het verzoek om iets te doen tegen de geluidsoverlast ten grondslag ligt. Zo is volgens de RvS in het besluit niet dan wel onvoldoende ingegaan op het aantal gehinderden, de mate van ondervonden geluidhinder en de kosten en consequenties van mogelijke maatregelen ter beperking van geluidhinder. Weliswaar heeft de minister ter zitting een aantal voor de besluitvorming relevante factoren genoemd, doch deze factoren komen niet dan wel onvoldoende tot uiting in de besluiten van 14 augustus 2012 en 22 maart 2013.

Het oordeel van de Raad van State betekent dat de minister opnieuw moet beslissen op het bezwaar van de vereniging tegen het besluit van 14 augustus 2012.