De Raad van State adviseert de PVV om haar voorstel voor een Zwarte Piet-wet niet in te dienen. Volgens de Raad van State is de kleur van Zwarte Piet geen zaak van de overheid.
De overheid heeft zich niet te bemoeien met het uiterlijk van 'het gevolg van Sinterklaas', dus ook niet met dat van (Zwarte) Piet. Dat zegt de Raad van State dinsdag.
De Tweede Kamerleden Bosma en Wilders (nu: De Graaf) wilden een wet tot bescherming van de culturele traditie van het sinterklaasfeest, de zogenoemde Zwarte Piet-wet. Volgens dat voorstel moet het de gemeenten worden verboden om mee te werken aan bijvoorbeeld sinterklaasoptochten met pieten die niet (allemaal) zwart zijn.
De Afdeling advisering van de Raad van State wijst erop dat het niet de rol van de overheid is om te bepalen hoe het gevolg van Sinterklaas eruit moet zien. Als burgers culturele evenementen en manifestaties willen organiseren, moet de gemeente ervoor zorgen dat die in goede banen worden geleid. Daarbij waakt de gemeente over de openbare orde en de veiligheid. Zij heeft geen bemoeienis met de inhoud van die evenementen. Het initiatiefwetsvoorstel doet dat wel: het definieert niet "(de grenzen van) het speelveld", maar bepaalt voor burgers hoe hun spel er uit moet zien. In een democratische rechtsstaat past dat niet. Dit hoort tot de vrijheid van burgers.
Het initiatiefwetsvoorstel wil de sinterklaastraditie bevriezen. De Afdeling advisering merkt op dat levende volkstradities, zoals het sinterklaasfeest, niet statisch zijn. Als de maatschappij verandert, veranderen zij mee.
De Raad van State adviseert de indieners om van het initiatiefvoorstel van de Pietenwet af te zien.
» Lees hier het advies van de Afdeling advisering en de reactie van de indieners.