
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Eindhoven heeft een huisarts uit Sittard berispt.
Hem wordt schending van het beroepsgeheim en afgifte van een onjuiste verklaring verweten. Dat gebeurde toen de arts zich liet betrekken in de scheiding van een echtpaar. Zowel de man als de vrouw waren patiënt bij hem.
De zaak werd aangespannen door de gewezen echtgenoot. De huisarts heeft op verzoek van de vrouw een verklaring afgegeven die zij in de scheidingsprocedure voor de toewijzing van de woning kon gebruiken. Daarin heeft hij een oordeel over de ex-echtgenoot gegeven en gesteld dat de vrouw de meest belanghebbende bij de woning is. De woning werd vervolgens door de rechter aan de vrouw toegewezen.
De tuchtrechter vindt echter dat hier sprake is van schending van het beroepsgeheim door de huisarts, omdat hij zich in zijn verklaring heeft uitgelaten over de man. Verder is het volgens de tuchtrechter niet aan de huisarts om te beoordelen wie de meest belanghebbende bij de woning is, omdat hij daarvoor niet de 'deskundigheid en objectiviteit' bezat.