
Eén van de belangrijkste conclusies uit het onderzoek, dat werd uitgevoerd door de Gemeentelijke Jongerenclientenraad (JCR) in de Westelijke Mijnstreek, is dat de toegang tot jeugdhulp via scholen beter moet.
Meer dan 2.000 leerlingen uit de klassen 2, 3 en 4 van het voortgezet onderwijs in de regio vulden de vragenlijst in. "Een recordaantal, waar we alleen maar van konden dromen. Het is ons gelukt. Men kan niet om ons heen", aldus Lian Haagmans, voorzitter van de JCR.
De jongerencliëntenraad (JCR) is in het licht van de nieuwe Jeugdwet in februari 2015 gestart met haar activiteiten en bestaat momenteel uit 8 actieve jongeren. Ze worden ondersteund door een externe adviseur en een vrijwilliger van het Jongeren Netwerk Limburg. De gemeenten faciliteren. Astrid Verblakt, wethouder in Sittard-Geleen: "Ze moeten het zélf doen, wij zorgen ervoor dat ze het kúnnen doen. En zo willen we het ook organiseren". De JCR heeft daarnaast de beschikking over een eigen budget, waaruit onder andere diverse vergoedingen worden betaald.
Lian Haagmans: "Toen we startten was het eerste thema meteen duidelijk voor ons. Dat moest gaan over de toegang tot jeugdhulp via scholen. De schoolmaatschappelijk werker speelt daarin een belangrijke rol". Dat het beter kon, wisten de leden van de JCR al wel. Alleen moest dat wel nog getoetst worden. Ook moesten er oplossingen komen.
Het rapport is aangeboden aan de wethouders van de gemeenten Sittard-Geleen, Stein, Beek en Schinnen (zie foto). Ook heeft een gezamenlijke sessie plaatsgevonden om het rapport te bespreken en actiepunten te formuleren Het onderwijs, de gemeenten, het Centrum voor Jeugd & Gezin en welzijnsorganisatie Partners in Welzijn participeerden. "De gezamenlijk bijeenkomst was interactief en vruchtbaar. Er zijn afspraken gemaakt om diverse aanbevelingen op te pakken en het eigenaarschap is vastgelegd", aldus Stanneke Pauwels, teamleider bij Partners is Welzijn.
Het merendeel van de zorgvragen die jongeren hebben, wordt opgelost in de eigen familie- en/of vriendenkring. Dat is uiterst positief te noemen en duidt op de kracht van de eigen omgeving. Aandacht dient echter wel uit te gaan naar de 'zorgroute' op scholen. Deze zou duidelijker moeten zijn. Bovendien dient deze bekend te zijn bij zowel leerlingen, ouders als docenten. De mentor, waarbij nu meer dan 60 procent van de (zorg)vragen die leerlingen hebben belanden, dient beter toegerust te worden op het herkennen van signalen bij leerlingen die professionele hulp nodig hebben. Tot slot is het managen van de verwachtingen van belang. Leerlingen en hun ouders, maar ook de scholen zelf, moeten vooraf weten wat ze kunnen verwachten als ze geholpen worden door een schoolmaatschappelijk werker. Natasja Janssen, manager Centrum Jeugd en Gezin Westelijke Mijnstreek: "Ik ga aan de slag met mijn actiepunten en zal vanuit mijn functie mijn collega's en netwerk motiveren de genoemde actiepunten te prioriteren. Dit uiteraard samen met de gebiedscoördinatoren en de kernpartners".
De JCR is blij met deze eerste resultaten. Dit is zoals het bedoeld wordt in wat men de participatiesamenleving is gaan noemen. Gemeenten die actieve participatie stimuleren en faciliteren. En burgers, in dit geval jongeren, die vorm en inhoud geven aan de wereld om hen heen. Ook als dit de jeugdhulpverlening betreft. De JCR heeft zich alweer op haar volgende onderwerp gestort, namelijk de tevredenheidsonderzoeken die op dit moment gebruikt en ingezet worden vanuit de zorg- en hulpverleningsinstellingen.