De verhoging van het lage btw-tarief naar 21 procent raakt ruim 6 procent van alle goederen en diensten die worden aangeboden. Dat meldt het CBS woensdag.
Als deze btw-verhoging in de prijzen zou worden doorberekend, kan dat een opwaartse invloed op de inflatie hebben die kan oplopen tot 0,9 procentpunt, zo blijkt uit een analyse van cijfers van CBS.
Inflatie is de gemiddelde prijsstijging van goederen en diensten die consumenten kopen.
Van onze consumptieve bestedingen - de uitgaven die consumenten doen aan goederen en diensten - valt 22,9 procent onder het lage btw-tarief. Van die bestedingen wordt 6,4 procent uitgegeven aan goederen en diensten die niet tot de primaire levensbehoeften behoren.
Een verhoging van de btw naar 21 procent op de goederen en diensten die niet tot de primaire levensmiddelen behoren kan er toe leiden dat deze goederen 14 procent duurder worden.
Bouwdiensten, bloemen en planten en een bezoek aan de bioscoop zullen mogelijk in prijs stijgen. Maar ook het openbaar vervoer dat nu nog onder het lage btw-tarief van 6 procent valt wordt mogelijk duurder.
Of de prijsverhoging werkelijk door zal zetten is echter mede afhankelijk van de bereidheid van de consument om deze producten tegen een hogere prijs aan te schaffen. Niet alle bedrijven berekenen daarom een belastingverhoging door aan de consument. Als de gehele verhoging aan de consument zou worden doorberekend, kan dit een jaar lang een verhogend effect van 0,9 procentpunt hebben op de inflatie.