Wethouder Pieter Meekels gaf tijdens de laatste raadsvergadering een schot voor de boeg inzake de bespreking van de begroting 2017.
Die komt in de raadsvergadering van november aan de orde. Meekels voorziet de komende jaren - los van de bezuinigingen - een substantieel tekort op de begroting en vindt het vanuit dat perspectief moeilijk te bevatten dat er nog allerlei vragen uit de raad komen om aan te geven "wat er nog allemaal uit de algemene middelen is te halen". Wat hem betreft is de boodschap duidelijk: niets. Dat neemt volgens hem niet weg dat men altijd zaken kan voorstellen, maar dan moet men daar ook een dekkingsplan voor hebben, anders wordt het "een discussie voor de bühne".
Het zal volgens de wethouder een hele toer worden om de al afgesproken bezuinigingen in 2018 te halen. Daar komt dan nog bij dat door de overheveling van taken van het Rijk naar de gemeente alleen al op het sociale domein - jeugdzorg, WSW en participatie - in 2017 mogelijk een tekort van 6 tot 7 miljoen euro dreigt, waarvoor geen dekking is. Bovendien is nog niet duidelijk hoe groot het financiële risico is dat wordt gelopen met leegstaand gemeentelijk vastgoed.
Lokale woonlasten
Dat alles was voor de wethouder aanleiding om aan te geven dat het onzeker is of de gemeente kan vasthouden aan het voornemen om de lokale woonlasten op het gemiddelde niveau te houden van de grote Limburgse gemeenten. Als de tekorten niet volledig met nieuwe bezuinigingen kunnen worden opgevangen zal er een discussie ontstaan over een verhoging van de lokale woonlasten.