
Op 19 december 2017 is het woord 'appongeluk' - het veroorzaken van een ongeval tijdens het appen achter het stuur - verkozen tot woord van het jaar.
Niet zo vreemd als je je bedenkt dat het aantal (ernstige) verkeersongevallen de laatste jaren weer is gestegen en die stijging voor een groot deel toegeschreven wordt aan het gebruik van de mobiele telefoon achter het stuur. We doen het (bijna) allemaal, maar tegelijkertijd wordt de roep om zwaardere straffen voor het veroorzaken van een ongeval steeds luider. Maar, straffen in het verkeer, hoe zat dat ook alweer?
De bestraffing van verkeersdelicten zorgt al langere tijd voor maatschappelijke onrust. De straffen die rechters opleggen, worden vaak niet begrepen. Doordat het verkeersstrafrecht heel ingewikkeld is en omdat er zoveel verschillende zaken zijn, is het eigenlijk niet mogelijk om in algemene zin iets te zeggen over de straffen die worden opgelegd bij verkeersdelicten. Een kleine onoplettendheid of inschattingsfout kan verschrikkelijke gevolgen hebben, terwijl een grove verkeersfout zonder slachtoffers kan aflopen. Het is dus aan de rechter om te kijken of iemand een verkeersfout heeft begaan en zo ja, in hoeverre die fout aan iemand verweten kan worden. Oorzaak en gevolg moeten dus in beginsel van elkaar gescheiden worden. Dat is vaak moeilijk te begrijpen, zeker als er dodelijke slachtoffers zijn gevallen. In die gevallen is het leed verschrikkelijk en onherstelbaar, maar is dat leed juist niet maatgevend voor de hoogte van de straf, maar de mate van schuld aan het ongeval. Hoe groter de verwijtbaarheid, hoe hoger in beginsel de straf.
Voor de hoogte van de straf is doorslaggevend of de verdachte een verwijt gemaakt kan worden en zo ja, in welke mate. Er bestaan drie categorieën van verwijtbaarheid, oplopend in ernst en strafhoogte. De eerste categorie is het onoplettend of onvoorzichtig rijgedrag, bijvoorbeeld te hard rijden wanneer het zicht slecht is. De tweede categorie is de grove verkeersfout, bijvoorbeeld veel te hard rijden en je passagiers geen gordel laten dragen. Ten slotte is er de categorie roekeloos rijden. De rechter bepaalt per zaak welke categorie van toepassing is.
Bij het opleggen van straffen is de rechter gebonden aan wat er in de wet staat voor de verschillende overtredingen of misdrijven. Afhankelijk van wat er bewezen kan worden, kan een rechter vervolgens een boete, een taakstraf, een (voorwaardelijke) ontzegging van de rijbevoegdheid of een (voorwaardelijke) gevangenisstraf opleggen. Bij onoplettendheid/onvoorzichtigheid of grove verkeersfout kan er maximaal drie jaar cel worden opgelegd, bij roekeloos rijden maximaal 6 jaar. Deze maxima kunnen met 50% worden verhoogd als er sprake is van strafverzwarende omstandigheden. Voorbeelden van die strafverzwarende omstandigheden zijn: rijden onder invloed, veel te hard rijden, bumperkleven, geen voorrang verlenen, gevaarlijk inhalen en het gebruik van de mobiele telefoon onder het rijden.
De zwaarste straffen kunnen dus opgelegd worden als de rechter roekeloosheid bewezen acht. Probleem daarbij is dat het woord roekeloosheid in het dagelijkse taalgebruik iets anders betekent dan in het juridisch taalgebruik. Omdat bepaalde zaken (rijden onder invloed, veel te hard rijden) al strafverzwarend werken, dient er voor roekeloosheid nog iets extra's aan de hand te zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een straatrace of vluchten voor de politie. Van roekeloosheid is in juridische zin dus maar heel soms sprake, terwijl daar voor veel mensen veel eerder sprake van zou kunnen of moeten zijn. Voor het publiek valt rijden onder invloed of appen onder het rijden onder roekeloos rijden, terwijl rechters dat dus anders moeten beoordelen. De minister van Veiligheid en Justitie heeft toegezegd iets te gaan doen aan de onduidelijkheid en het onbegrip over de gebruikte term en de minister heeft gezegd aan de slag te gaan met het verhogen van de maximum straffen. Een appongeluk zal nu dus vaak nog een strafverzwarende omstandigheid zijn, maar zal in de toekomst wellicht roekeloosheid betekenen en dus een zwaardere straf. Ook om die reden is het dus beter om niet te appen achter het stuur. Stuur al die Kerst- en Nieuwjaarswensen de komende tijd dus niet vanachter het stuur, maar op een ander moment of stuur nog eens een kaartje, grote kans dat het kaartje veilig aankomt.
Heeft u vragen over dit artikel? Neem dan hier direct contact op met Phil Boonen van KampsVanBaar Advocaten , of bel 0464205660.






