Bank zegt kredietovereenkomst op: wat zijn de kaders?

01 mei 2015, 11:50 Nieuws
contract 408216 1920 overeenkomst contract huur cc0 pixabay
CC0 Public Domain via Pixabay

Opzegging van een kredietovereenkomst door de bank; wat zijn de kaders? De gemiddelde ondernemer heeft een krediet bij een bank. Opzegging van de kredietovereenkomst heeft tot gevolg dat het uitstaande krediet opeisbaar wordt en moet worden terugbetaald.

ingrid 200 200
Ingrid van Rooij

Dit leidt veelal tot een acuut financieel probleem voor de ondernemer. Vaak ontbreken de middelen om het krediet ineens te kunnen terugbetalen. De bank zal in dat geval overgaan tot het uitwinnen van de zekerheden die de bank zal hebben bedongen. Gebruikelijk is een pandrecht op de inventaris, de voorraden en de vorderingen van de onderneming. Als de directeur grootaandeelhouder in privé borg staat, kan de bank ook het privé vermogen van de ondernemer uitwinnen. Bovendien is de ondernemer vaak afhankelijk van een krediet voor het kunnen voortzetten van zijn bedrijfsmatige activiteiten. Het verkrijgen van een herfinanciering bij een andere bank kost tijd en is - zeker in economisch moeilijkere tijden - niet vanzelfsprekend.

Niet verwonderlijk dus dat er regelmatig wordt geprocedeerd over de opzegging van kredietovereenkomsten. De vraag die in dergelijke procedures aan de rechter wordt voorgelegd is of de bank de kredietovereenkomst mocht opzeggen en of de kredietovereenkomst door de opzegging is geëindigd.

De wet kent geen opzegregeling voor kredietovereenkomsten. In de kredietovereenkomst is standaard opgenomen dat de bank deze kan opzeggen, al dan niet in bepaalde gevallen en met inachtneming van een bepaalde opzegtermijn.

Tot voor kort zochten rechters vaak aansluiting bij een arrest dat het Hof Arnhem op 18 februari 2003 heeft gewezen. In dit arrest overwoog het Hof dat zelfs wanneer in een overeenkomst is opgenomen dat deze kan worden opgezegd, het zo kan zijn dat opzegging alleen mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Volgens het Hof heeft de bank uit hoofde van haar maatschappelijke functie een bijzondere zorgplicht, zowel ten opzichte van haar cliënten als ten opzichte van derden.

Daarom moet een opzegging door de bank tenminste voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, aldus het Hof. Het was aan de bank om aan te tonen dat dit het geval was.

Op 13 oktober 2014 heeft de Hoge Raad het over een andere boeg gegooid. Onze hoogste rechter heeft uitgemaakt dat indien in de kredietovereenkomst is opgenomen dat de bank deze kan opzeggen, de bank mag opzeggen, tenzij ‘dit gelet op de omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is’.

De Hoge Raad spreekt niet over een bijzondere zorgplicht van de bank en de maatschappelijke functie van banken, noch over eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.

Het is dus maar de vraag of een dergelijke bijzondere zorgplicht kan worden aangenomen.

Wel oordeelt de Hoge Raad dat het Hof terecht rekening heeft gehouden met de in de algemene bankvoorwaarden vastgelegde contractuele zorgplicht van de bank die inhoudt dat de bank naar beste vermogen met de belangen van de cliënt rekening houdt.

Het arrest van de Hoge Raad biedt banken meer ruimte voor het opzeggen van een kredietovereenkomst indien een opzegmogelijkheid is overeengekomen, hetgeen in de praktijk nagenoeg altijd het geval zal zijn.

De drempel voor het aanvechten van een dergelijke opzegging is verhoogd

Het is vaste rechtspraak dat de rechter niet te snel mag aannemen dat het gebruikmaken van een overeengekomen bevoegdheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het komt er op neer dat er sprake moet zijn van ernstige onevenredigheid en buitensporigheid. Bovendien rusten de stelplicht en de bewijslast niet langer bij de bank. Het is nu aan de ondernemer die het niet eens is met de opzegging om te stellen én te bewijzen dat de opzegging in zijn specifieke geval te ver gaat.

De opzegmogelijkheid van de bank is echter niet onbegrensd

Vanzelfsprekend moet de opzegging voldoen aan de afgesproken opzegregeling. Indien is afgesproken dat de bank alleen in bepaalde gevallen kan opzeggen en/of met inachtneming van een bepaalde opzegtermijn dan dient de bank zich hieraan te houden.

Feit blijft bovendien dat de bank bij een opzegging zorgvuldig moet handelen en daarbij rekening moet houden met de belangen van de cliënt die het treft. Doet de bank dit niet of onvoldoende, dan loopt zij het risico dat de rechter aan wie de zaak wordt voorgelegd oordeelt dat de opzegging onaanvaardbaar is.

Al met al geldt dat als u als ondernemer wordt geconfronteerd met een dreigende opzegging van uw kredietovereenkomst door de bank, het van belang is dat u zich reeds in deze fase juridisch laat bijstaan om een opzegging te voorkomen dan wel deze in een later stadium met succes te kunnen aanvechten. Het eerste verweer richting de bank is essentieel en dient te worden voorzien van de relevante feiten en omstandigheden. Deze zijn bepalend voor de kansen in een eventuele procedure.

Relevante feiten en omstandigheden zijn onder meer:

  • de duur, de mate van exclusiviteit, de omvang en de ingewikkeldheid en het verloop van de kredietrelatie;
  • of er sprake is van een aanmerkelijke afname van uw kredietwaardigheid en/of een aanmerkelijke toeneming van het bancaire kredietrisico, waarbij met name van belang zal zijn of er voldoende dekking door zekerheid bestaat dan wel kan worden verleend en de mate van waarschijnlijkheid of en in welke omvang deze zal blijven bestaan;
  • uw gedrag en betrouwbaarheid alsmede de mate waarin en de tijdigheid waarmee u de bank op de hoogte hebt gesteld en stelt van alle relevante omstandigheden;
  • of en in welke mate u toerekenbaar bent tekortgeschoten (bij voorbeeld door (structurele en/of ruime) overschrijding van de kredietlimiet);
  • de kans dat uw onderneming, al of niet na reorganisatie of doorstart, zal overleven en de mate waarin u een reorganisatie hebt opgestart;
  • welke termijn u krijgt om een andere (huis-)bankier te zoeken en welke ernstige financiële problemen voor u (zullen) ontstaan indien u uw financieringsbehoefte niet op korte termijn elders kunt onderbrengen;
  • of er een contractuele zorgplicht is overeengekomen;
  • de wijze van besluitvorming van de bank voorafgaand aan de opzegging en de wijze waarop de bank met u heeft overlegd en of en in welke mate de bank u tevoren heeft gewaarschuwd,
  • of de bank door eigen gedragingen (zoals toelating van overschrijding van de kredietlimiet) verwachtingen heeft gewekt;
  • andere maatschappelijke belangen (waaronder het voorbestaan van werkgelegenheid).

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ingrid van Rooij, advocaat contractenrecht bij KampsVanBaar Advocaten in Sittard .