
De Provincie Limburg heeft in 2016 de financiële toestand van drie gemeenten in de Westelijke Mijnstreek (Beek, Sittard-Geleen en Stein) met een verdiepingsonderzoek in kaart gebracht.
Dat gebeurt bij elke Limburgse gemeente eens in de vier jaar. Op basis van de onderzoeken concludeert de Provincie Limburg als toezichthouder dat zij hun financiële huishouding dusdanig op orde hebben dat alle drie gemeenten tot en met 2019 de meest lichte vorm van toezicht, het repressieve toezicht krijgen.
Voor Sittard-Geleen zijn er voorwaarden verbonden aan het besluit om meerjarig repressief toezicht te verlenen. Sittard-Geleen heeft onder meer als voorwaarde dat na vaststelling van de begroting 2017, 2018 en 2019 inclusief meerjarenraming (ten minste tot en met 2019) een structureel en reëel evenwicht moet laten zien. Uit het onderzoek 2016 van deze gemeente blijkt namelijk dat er voor alle jaren tekorten zijn.
Er zijn ook andere voorwaarden geformuleerd. De gemeente moet structurele ombuigingen die niet realiseerbaar zijn, vervangen en de inzet van incidentele middelen zichtbaar terugbrengen. Verder moet de gemeente op een transparante manier de consequenties in de begroting en meerjarenraming weergeven van de (beheer)plannen.
Uiterlijk in de begroting 2018 en meerjarenraming moeten de daadwerkelijk benodigde structurele lasten voor onderhoud en investeringen van het IBOR financieel verwerkt zijn. Daardoor is het onzeker of de begroting reëel sluitend is. Sittard-Geleen moet aan deze voorwaarden voldoen om hun repressieve toezicht tot en met 2019 te kunnen behouden. Bij de overige twee gemeenten, Beek en Stein, zijn geen voorwaarden verbonden aan het besluit om meerjarig repressief toezicht te verlenen.
Gedeputeerde Van Rijnsbergen: "Het algemene financiële beeld van de begroting 2016 en de meerjarenraming 2017-2019 is dat gemeenten te maken hebben met grote risico's die vooral verband houden met rijksbezuinigingen en de decentralisaties met forse kortingen. Dit is ook het beeld dat ik heb geconstateerd bij de financieel verdiepingsonderzoeken in Parkstad (in de eerste helft van 2016) en nu dus opnieuw in de Westelijke Mijnstreek. Gemeenten zullen hier alert op moeten reageren en de noodzakelijke maatregelen moeten voorbereiden en nemen, om hun begroting en meerjarenraming sluitend te krijgen en te houden. Daarnaast zijn bij het gemeentefonds, de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten, grote veranderingen doorgevoerd die voor een aantal Limburgse gemeenten voordelig uitpakt en voor een aantal Limburgse gemeenten nadelig. Het gaat dan over wijzigingen in de verdeling van de algemene uitkering en de gelden voor de gedecentraliseerde taken. Toch heb ik er vertrouwen in dat gemeenten op nieuwe tegenvallers alert zullen reageren."
Sinds 2006 beoordeelt de Provincie elke gemeente één keer in de vier jaar met een verdiepingsonderzoek. De financiële situatie en de financiële functie komen in dit onderzoek uitgebreid aan de orde. Dit onderzoek is uitgebreider dan het jaarlijkse standaardonderzoek van de gemeentelijke begroting. Met het onderzoek wordt bekeken of het mogelijk is de gemeente voor vier jaar onder het lichte, repressieve toezicht te laten vallen.
Bij repressief toezicht mag een gemeente de plannen uit de begroting en eventuele wijzigingen daarin uitvoeren. De Provincie Limburg heeft daar dan geen rol in. Bij de andere vorm van toezicht, preventief toezicht, zouden GS van Limburg eerst moeten instemmen met de begroting en met eventuele wijzigingsvoorstellen. Bij het beoordelen van een begroting door de Provincie vanuit de toezichthoudende taak moet sprake zijn van een structureel en reëel evenwicht voor dat begrotingsjaar of voor de periode van de meerjarenplanning.






