
De Vereniging Stop AWACS heeft vooralsnog geen gehoor gevonden bij de voorzieningenrechter met het verzoek tot het opleggen van een onmiddellijk vliegverbod boven Nederland aan alle AWACS-vliegtuigen met een geluidsbelasting van meer dan 88 dB(A).
Dat verbod zou één week na de uitspraak moeten ingaan. Bij niet naleving van de uitspraak van de voorzieningenrechter moet een dwangsom van € 100.000 per overtreding worden opgelegd.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat thans onvoldoende aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat enerzijds weliswaar sprake is van door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) reeds eerder als zeer ernstig gekwalificeerde geluidsoverlast, anderzijds zou toewijzing van het verzoek feitelijk het op zeer korte termijn en geheel stilleggen van vluchten met AWACS-vliegtuigen betekenen. Dit terwijl de minister van Defensie ter zitting heeft aangegeven uiterlijk eind juli opnieuw op dit bezwaar te zullen beslissen.
Bovendien bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening in dit stadium (tijdens de bezwaarfase) in beginsel alleen dan aanleiding indien de heroverweging van het primaire besluit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen andere resultaat zou kunnen hebben dan dat verweerder maatregelen dient te nemen die tot de door de Vereniging gewenste reductie van piekgeluiden leiden.
Gelet op de uitspraak van de RvS van 23 maart 2016, waarbij enkel de beslissing op bezwaar is vernietigd wegens een motiveringsgebrek en aanwijzingen zijn gegeven over de belangen waarop nader moet worden ingegaan, bestaat er geen grond voor dit oordeel.