
Afgelopen donderdag vond in Poppodium Volt een bijeenkomst plaats waarin de vraag centraal stond hoe er een betere vergaderstructuur voor de gemeenteraad tot stand kan komen.
Zo'n honderd belangstellenden, waaronder raadsleden, burgercommissieleden, leden van wijkplatforms en gewone burgers bezochten de bijeenkomst.
Burgemeester Sjraar Cox opende de avond en stelde dr. Petra Dassen-Houben (burgemeester van Beesel) voor als avondvoorzitter.
Een van de doelstellingen die de gemeenteraad van Sittard-Geleen zich heeft gesteld is om er voor te zorgen dat inwoners eenvoudiger kunnen overleggen met raadsleden. Ook moet de wijze waarop de raad vergadert boeiender zijn en duidelijker.
Door burgers eerder bij de besluitvorming te betrekken moet het vertrouwen in de politiek worden versterkt. Als voorbeeld van een oplossing waarbij burgers al in een vroeg stadium worden betrokken bij de besluitvorming werd het Maastrichtse model genoemd, waar mensen bij de bespreking van een voorstel of plan in eerste instantie bij de raad kunnen aanschuiven in de zogenaamde stadsronde. Zij kunnen daarin altijd hun inbreng kwijt. In de daarop volgende raadsronde vindt dan de politieke discussie over een voorstel plaats en worden de besluiten voorbereid. Daar wordt dan vervolgens in de raadsvergadering over gestemd.
Aansluitend trapten de raadsleden Kim Schmitz (GroenLinks) en Jos Vroemen (GOB) de discussie af. Beiden maken deel uit van de raadswerkgroep die zich met het thema bezig houdt. Hoe kom je in het beslissingsproces tot meer betrokkenheid en vertrouwen van en bij de burgers? Daarbij is het van belang dat burgers makkelijk contact kunnen maken met leden van de gemeenteraad, dat de vergaderingen boeiend zijn en dat de rolverdeling in het beslissingsproces duidelijk is.
Dat die betrokkenheid in een vroeg stadium van de besluitvorming belangrijk en waardevol is werd beaamd door wethouder Leon Geilen op basis van de ervaringen met het project De Tuinman van Sittard-Geleen, waarbij inwoners in een vroeg stadium nauw betrokken werden bij het inrichten en onderhouden van de openbare ruimte in hun wijk of buurt.
Volgens adviseur Marianne van Omme (oud-raadsgriffier van Maastricht) zien de inwoners van de stad geen onderscheid tussen het college van B&W, de gemeenteraad en de ambtenarij: het is 'allemaal de gemeente'. De rolverdeling tussen die drie mag naar de burger toe dus wel wat duidelijker worden. Dat geldt ook voor de vraag waarover de gemeenteraad beslist en waar de beslissingsbevoegdheid van het College van B&W ligt.
Praktische aanbevelingen waren er van haar kant eveneens: de digitale informatieverschaffing kan veel beter en ook op het gebied van de vergaderefficiency valt er nog veel winst te halen door vergaderingen beter in te plannen, waardoor er meer tijd voor de burger overblijft. Ook kan er beter worden ingespeeld op de actualiteit door voor burgers brandende kwesties veel sneller te agenderen dan nu gebeurt. Verder suggereerde ze om ook eens open te staan voor andere vergadervormen, zoals hoorsessies, en brainstormsessies, waaraan burgers een bijdrage kunnen leveren. "En zet bijvoorbeeld eens ergens een zeepkist neer." En wat de afspraken in een toekomstig coalitie-akkoord betreft: timmer niet alles op voorhand dicht, maar laat ruimte voor discussie en werk met wisselende meerderheden.
Goede communicatie met en informatieverstrekking aan de burger is van groot belang om te voorkomen dat burgers in hun verwachtingen teleurgesteld worden. Dat dit geen vanzelfsprekendheid is bleek ironisch genoeg na de pauze, toen de heer Wim Ortjens senior er eens goed voor ging zitten om zijn ideeën over een Stadsjury uit de doeken te doen. Meer tijd dan om het idee daarover globaal toe te lichten kreeg hij echter niet van de avondvoorzitter. Zij wilde graag zoveel mogelijk ideeën uit de zaal horen, een uitgebreide verhandeling over één optie - de Stadsjury - kwam dan ook te vroeg.
Vanuit de zaal kwamen verschillende opmerkingen en aanbevelingen: verbeter het raadsinformatiesysteem; geef burgers altijd de kans om zienswijzen in te dienen; de gewenste aanpassingen vragen om een cultuuromslag en daar moet je wel klaar voor zijn; zorg voor vakmanschap en integriteit; openheid is een houding; doe meer met moderne digitale media; zorg voor een lange termijnagenda; betrek de dorpsraden en wijkplatformen nauwer bij de besluitvorming; reageer altijd en zo snel mogelijk op vragen van burgers; ambtelijk apparaat moet sneller reageren; vergeet vooral niet om de jeugd erbij te betrekken; gebruik voor iedereen begrijpelijk taal; ... allemaal bruikbare suggesties van mensen die al dicht bij het lokale besluitvormingsproces staan. Het gaat echter vooral om de kunst om de gewone burger, die daar een stuk verder van af staat, warm te krijgen voor wat er in de gemeenteraad gebeurt. Dat doe je het beste door hem te betrekken bij onderwerpen die dicht bij de leefwereld van de gewone burger staan. Daar wil die burger over kunnen meepraten en meebeslissen.