Meer geld van Rijk voor Limburgse gemeenten

06 apr 2018, 15:08 Nieuws
money 1005477 640 euro eurobiljetten
CC0 via Pixabay

Limburgse gemeenten krijgen in de periode 2018-2022 aanzienlijk meer geld van het Rijk dan in september 2017 werd verwacht.

De accressen* voor de Limburgse gemeenten zullen in de periode 2018-2022 verdubbelen. Dat blijkt uit de maartcirculaire 2018.

Door het totaal aan accressen is de algemene uitkering in 2022 ruim 5,4 miljard hoger dan in 2017, waarvan bijna 2,9 miljard door de extra accressen ontstaat. Dit betekent dat elke gemeente meer gaat ontvangen dan volgens de septembercirculaire 2017.

Gedeputeerde Gemeentefinanciën Marleen van Rijnsbergen: "Mooi dat de gemeentes door de verdubbeling van de accressen ruimer in hun financiële jasje komen te zitten. Ze kunnen het geld goed gebruiken om de ontstane tekorten in het sociaal domein in te lopen."

Maartcirculaire 2018

De maartcirculaire is een extra circulaire naar aanleiding van de ondertekening van het InterBestuurlijk Programma (IBP) door het Rijk, Interprovinciaal Overleg (IPO), Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Unie van Waterschappen (UvW). De maartcirculaire bevat de financiële vertaling voor het gemeentefonds van het regeerakkoord en de afspraken bij het IBP.

Naast de extra accressen zijn er in het gemeentefonds ook wat andere wijzigingen. In 2018 wordt €100 miljoen opzij gezet als bijdrage van de gemeenten aan een fonds met een cumulatie van tekorten in het sociaal domein. Daarnaast wordt er vanaf 2019 €143 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd als tegemoetkoming in de extra lasten door het besluit in het regeerakkoord om een abonnementstarief voor de Wmo in te voeren. Vanaf 2019 worden ook belangrijke onderdelen van de integratie-uitkering sociaal domein overgeheveld naar de algemene uitkering. Dit kan tot wat herverdeeleffecten leiden, hoewel het streven is om de verdeling zoveel mogelijk in stand te houden.

Afspraken IBP

In het IBP is afgesproken dat de tien opgaven uit het IBP nu door het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen worden uitgewerkt. Elke overheid is verantwoordelijk om de lasten die daarbij ontstaan zelf te dekken. De extra accressen zijn voor de gemeenten één van de dekkingsmiddelen die ze daarbij kunnen gebruiken. De lasten voor de gemeenten hangen af van de uitwerking van de opgaven uit het IBP. Het IBP bepaalt niet dat de accressen, of een deel daarvan, voor de dekking van de lasten van deze opgaven moeten worden benut. Wel zijn er ontwikkelingen die tot extra lasten voor gemeenten (kunnen) leiden. Al genoemd zijn de extra, niet gecompenseerde lasten van het abonnementstarief Wmo. Verder vervalt voor het overgehevelde deel van de integratie-uitkering Sociaal domein en Wmo/huishoudelijke verzorging de aparte indexering voor loon- en prijsstijgingen. Die moet vanaf 2020 uit het algemene accres worden gehaald.

Wat betekent dit voor Sittard-Geleen

De bijdrage vanuit het gemeentefonds aan de gemeente Sittard-Geleen valt een stuk hoger uit dan in september werd voorzien, zoals blijkt uit de laatste regel van onderstaand overzicht.

jaar 2018 2019 2020 2021 2022
sept. '17 155.769.573 155.828.883 155.813.728 155.407.414 155.268.181
maart '18 157.004.886 162.084.854 165.647.034 167.989.811 171.302.743
1.235.313 6.255.971 9.833.306 12.582.397 16.034.562

*Accres: Bedrag waarmee het beschikbare bedrag van het gemeentefonds jaarlijks wordt aangepast, gebaseerd op een bestuurlijk overeengekomen normeringsystematiek