In mei 2012 is op verzoek van de Tweede Kamer door minister Opstelten een onderzoek ingesteld naar het handelen van het Openbaar Ministerie bij zaken over seksueel misbruik in de Rooms Katholieke kerk (RKK).
Naar aanleiding van de berichtgeving over het seksueel misbruik in de RKK en het daarnaar verrichte onderzoek door de commissie onder leiding van drs. W.J. Deetman heeft de Tweede Kamer indringend aandacht gevraagd voor het handelen van het Openbaar Ministerie (OM) bij misbruikzaken. De rol van het OM komt in het rapport van de commissie-Deetman slechts zijdelings aan de orde.
Het (archief)onderzoek is uitgevoerd door dr. M.W. van Boven, oud-algemeen rijksarchivaris, en mr. F.H. Koster, voormalig vice-president en voorzitter van de strafkamer van de Hoge Raad der Nederlanden. Hun eindrapport is dinsdag door de minister naar de Tweede Kamer gestuurd.
Het onderzoek geeft inzicht in de manier waarop het O.M. met name in de jaren '50 en '60 is omgegaan met misbruikzaken in de RK-kerk.
De conclusie van het rapport is dat het Openbaar Ministerie in het algemeen niet in gebreke is gebleven bij de aanpak van misbruikzaken binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er in het verleden afspraken bestonden tussen de RK-Kerk en het OM over de afhandeling van zaken tegen geestelijken.
Wel is gebleken dat er in de praktijk overleg plaatsvond tussen het OM en de kerkelijke leiding. Dit kon ertoe bijdragen dat misbruikzaken tegen geestelijken vaak milder werden afgedaan.
»