
Na twee jaren van gedwongen stilte gonst het enkele dagen voor carnaval plotseling weer van de activiteit in de Sittardse optochthal.
Met het bekend worden van de versoepeling van de coronamaatregelen begon de hoop te gloren dat er dit jaar toch nog een optocht door de straten van Sittard zou kunnen trekken.
Het Optoch Kommitee Zitterd vergadert zich deze dagen een slag in de rondte en bespreekt met tal van partijen mogelijkheden en onmogelijkheden. Er is een informeel ‘go’ afgegeven door de gemeente en dus wordt er nu keihard gewerkt aan de route en de veiligheidsplannen opdat de vereiste vergunning kan worden afgegeven. Maar dat is lang niet alles. Er moeten natuurlijk voldoende optochtdeelnemers worden gevonden, de jury moet in stelling worden gebracht, de motoren en de mechanieken van de wagens moeten worden getest, de wagens moeten worden gekeurd en de optochtregelaars moeten worden opgetrommeld.
En als de optocht doorgaat kunnen eindelijk al die praalwagens die al sinds 2020 in de optochthal staan eindelijk getoond worden aan het publiek. Een belangrijk moment, want na carnaval kunnen de wagens dan weer worden afgebroken en kunnen komend najaar de eerste plannen voor de nieuwe wagens worden gemaakt, zodat daar vanaf november weer aan gebouwd kan gaan worden en er tegelijkertijd een spanningsboog richting carnaval 2023 wordt opgebouwd. Zoals dat jaarlijks vóór corona ook altijd het geval was.
In het pre-coronatijdperk werden de wagenbouwers - sinds 1982 - op de dinsdagavond voor carnaval door de stadsprins steevast getrakteerd op een kop ‘Prinsesóp’, een lekkere kop soep als blijk van waardering voor de inzet van alle wagenbouwers voor de Sittardse optocht. Maar dit jaar werd door stadscarnavalsvereniging De Marotte in Sittard geen stadsprins uitgeroepen, omdat niemand had verwacht dat er dit jaar carnaval gevierd zou kunnen worden. En zonder prins geen soep … En dat kan natuurlijk niet. Het Convent van Neit Prinse besloot daarom om dit jaar in het ontstane gat in de markt te duiken en voorzag de wagenbouwers dinsdagavond van een lekkere kop ‘Neit Prinsesóp’. Een gebaar dat door de wagenbouwers bijzonder werd gewaardeerd.