Slecht één op de vijf gemeentes heeft voldoende woonruimte om asielzoekers met een verblijfsstatus te kunnen huisvesten.
Dat blijkt uit een onderzoek van NRC Next. Het gaat hier dan niet om de vluchtelingen die in de huidige stroom Europa en Nederland binnenkomen, maar om asielzoekers die al langer in Nederland verblijven en ook een verblijfsvergunning hebben gekregen.
Veel van hen verblijven nog in asielzoekerscentra en moeten zo snel mogelijk doorstromen naar huurwoningen. Gemeentes hebben daarvoor van het Rijk een taakstelling ontvangen. Sittard-Geleen moet dit jaar nog ruim 150 van deze mensen huisvesten en heeft daarover afspraken gemaakt met de woningcorporaties. Die doorstroming is belangrijk om in de AZC's plaats te maken voor nieuwe asielzoekers.
Nu is al bekend dat de taakstelling wat betreft huisvesting van vluchtelingen met een verblijfsstatus voor komend jaar 30 procent hoger komt te liggen dan dit jaar. In die stijging is dan nog geen rekening gehouden met de extra stroom vluchtelingen die nu het land binnenkomen.
NRC Next heeft 213 wethouders gevraagd hoe het zit met de woonruimte voor de groep asielzoekers die een verblijfsstatus heeft. Daaruit blijkt dat 80 procent van de gemeentes daarvoor niet over voldoende woningen beschikt.
Volgens de meeste wethouders leidt het huisvesten van asielzoekers tot verdringing op de sociale huurmarkt, gezinnen en alleenstaanden moeten nog langer wachten op een woning. En dat wekt wrevel op.
Allerlei groepen staan in de wacht: ouderen, studenten , gezinnen, gehandicapten. Bijna een kwart van de wethouders zegt tegen de krant dat er weerstand is van burgers tegen de komst van statushouders en asielzoekers. "Het gemor onder burgers nam al toe door de lange wachtlijsten voor woningen. De toename van het aantal statushouders stimuleert dat", aldus een van hen.
Meer nog maken de wethouders zich zorgen over geld voor de integratie van asielzoekers. Slechts 17 procent van de lokale bestuurders zegt daar genoeg budget voor te hebben.