
Dinsdagmiddag vond in een van de collegezalen van Zuyd Hogeschool in Ligne een verkiezingsdebat plaats tussen kandidaten van PvdA, CDA, GroenLinks, VVD, D66 en SP.
Martijn van Helvert (Tweede Kamerlid voor hert CDA en nummer 16 op de kieslijst), Joost Reinaerts (PvdA, nummer 33 op de kieslijst), Chantal Nijkerken (Tweede Kamerlid voor de VVD en nummer 30 op de kieslijst), Rens Raemakers (D66, nummer 17 op de kieslijst), Ton Heerschop (SP, nummer 19 op de kieslijst) en Marion van der Kleij (GroenLinks, nummer 26 op de kieslijst). Kortom: allemaal kandidaten met Limburgse roots of woonachtig in Limburg. Ook bij dit debat ontbrak een vertegenwoordiger van de PVV. Die partij reageerde niet op de door Zuyd Hogeschool verstuurde uitnodiging.
Het debat kon zich verheugen in grote belangstelling van de studenten, want de collegezaal was tot de nok toe gevuld.
Voordat het debat van start ging werd de zaal gevraagd om te laten zien wie al wist op wie er woensdag gestemd gaat worden en wie nog geen definitieve keuze had gemaakt. De verhouding groene (ik weet hoe ik ga kiezen) en rode (ik twijfel nog) kaarten was ongeveer 50-50.
De kandidaten gingen vervolgens met elkaar in debat over een drietal stellingen. Die betroffen de wenselijkheid van sociaal-maatschappelijke dienstplicht voor jongeren, de vraag of je de gezondheidszorg moet overlaten aan de markt (zorgverzekeraars) of dat de overheid die verantwoordelijkheid moet oppakken, en het belang van een vaste baan in relatie tot flexibilisering van de arbeidsmarkt. Ook de studenten konden zich met vragen over deze stellingen of over andere onderwerpen tot de kandidaten richten en van die mogelijkheid werd volop gebruik gemaakt.
De studenten zelf hadden wat de stellingen betreft in elk geval in meerderheid een voorkeur voor minder marktwerking in de gezondheidszorg en prefereren - gezien hun studieschuld - vooruitzicht op vast werk. Wie wil er ook geen vaste baan? Over de wenselijkheid van de sociaal-maatschappelijke dienstplicht bleven de meningen meer verdeeld.
Na afloop van het debat werd opnieuw gevraagd of men zijn keuze voor de verkiezingen op 15 maart nu had bepaald. Er waren duidelijk méér groene kaarten te zien dan aan het begin van het debat.







