We will remember them – ook op school!

Foto:

Vrede, veiligheid en vrijheid: drie begrippen die we hier nu min of meer als vanzelfsprekend ervaren. Maar dat zijn ze niet en ze zijn het waard om voor te vechten. Dat deden vele jonge mannen en vrouwen tijdens de tweede wereldoorlog voor de vrijheid, ook die van Nederland. 

Om de herinnering en herdenking ook in de toekomst levend te houden werkt het Oorlogsgravencomité vanaf dit jaar, onder begeleiding van Ecsplore, samen met de middelbare scholen in de gemeente om in een doorlopend project in het onderwijs aandacht te besteden aan oorlog, herdenking en alle ermee samenhangende maatschappelijke waarden zoals vrede, veiligheid en vrijheid.
Vandaag startte het project op de Trevianum Scholengroep in Sittard, waar 93 leerlingen van de derde klas van Atheneum en Gymnasium, die de Cambridge-stroom volgen, een presentatie over Remembrance Day kregen van Neil Baldock, warrant officer van de Royal Air Force (RAF).
Nederland herdenkt de doden op 4 mei, maar de Britten en veel andere landen in Europa doen dat op 11 november, de datum waarop in 1918 om 11.00 uur de wapenstilstand het einde van WOI inluidde. Na WOII werd 11 november van Armistice Day omgedoopt in Remembrance Day, ook bekend als Poppy Day. “A day of reflection, not a day of celebration.”
Het symbool voor Remembrance Day is de klaproos (poppy). Daarvan groeiden er talloze op de omgewoelde slagvelden in Vlaanderen. Het rood van de klaproos staat symbool voor al het bloed dat heeft gevloeid, maar de bloem zelf staat symbool voor nieuwe hoop en nieuw leven.
In Sittard wordt Remembrance Day voor alle in oorlogssituaties gevallen militairen van het Britse Gemenebest elke tweede zondag van november op plechtige wijze ingevuld met een oecumenische dienst in de St. Petruskerk. Aansluitend wordt een bezoek gebracht aan het British War Cemetery in Ophoven. “You should go there too once in a while, to visit their graves and read their age from their gravestones,” zegt Baldock tegen zijn gehoor. 
In zijn presentatie spreekt Baldock de aanwezige leerlingen direct aan. “Jullie hebben een geweldig voorrecht dat jullie op deze prachtige school goed onderwijs kunnen volgen. Jullie zijn goed gekleed, goed gevoed, en gaan straks na een dag les weer naar een veilig thuis. Voor jullie is dat vanzelfsprekend, maar eigenlijk is het dat niet.” Hij vertelt over de felle gevechten in deze regio aan het einde van WOII die aan vele jonge Britse soldaten het leven hebben gekost in de strijd voor onze vrijheid. “Zij vochten ver van huis en familie, onder barre omstandigheden in de donkere maanden november, december en januari eind 1944, begin 1945.” Zij verdienen het om herinnerd te blijven worden.
“Dennis Donnini van de Royal Scots Fusiliers heeft tijdens Operation Blackcock heldendaden verricht in Stein (Duitsland, vlak over de grens, achter Tudderen) en is daarvoor onderscheiden met de hoogste militaire eer, het Victoria Cross. Zoek zijn naam eens met Google en stel jezelf de vraag wat jij zou hebben gedaan,” daagt Baldock de aanwezigen uit.
Met zijn presentatie onderstreepte Neil Baldock het grote belang van het levend houden van de herdenkingen. Het is niet alleen “We will remember them”, maar zeer zeker ook “We MUST remember them”. 
Tijdens de presentatie werd een indrukwekkende video vertoond van Remembrance Day in The Royal Albert Hall in Londen, in aanwezigheid van het Britse koningshuis en regering. Bij de Last Post verzocht Baldock alle leerlingen te gaan staan en twee minuten stilte te betrachten, als ware het Remembrance Day. 
“Eenmaal per jaar twee minuten stilte is eigenlijk wel heel er weinig, als je erover nadenkt.”
Aan het einde van de presentatie konden de aanwezige leerlingen hun vragen aan Baldock kwijt. Die varieerden van “Waarom bent u bij het leger” tot “Is uw eigen leven wel eens in gevaar geweest tijdens een militaire operatie”.  De vraag “Vindt u het niet moeilijk om telkens weer aan scholieren uit te moeten leggen waarom herdenken zo belangrijk is?” kwam van een leerkracht. Het antwoord daarop: “Nee, integendeel, ik vind het prettig en belangrijk werk”.